Over twee zonen die niet luisteren

Goed, laat me even klagen. Het zijn schatjes. Maar:

Twee zonen. Ik noem ze even De Oudste en de Jongste. Dat doet geen recht, want zoveel leeftijdsverschil zit er niet tussen (18 maanden). Bovendien doet de Jongste nauwelijks onder.

Maar deze twee zonen zitten momenteel niet in de beste fase. Het gaat gewoon even niet met elkaar.

De Oudste plaagt. Gaat altijd nét te lang door. Nét nog even de ander aanraken. Is zelf niet aanspreekbaar. Meteen boos. Geeft anderen de schuld. Vindt dat hij recht heeft op alles en gaat overal de discussie over aan. Vreselijk brutaal en pesterig. Dat vreselijke pestlachje.

De Jongste moet het ontgelden. Moet opboksen tegen de Oudste en doet dat letterlijk. Hij reageert met schoppen en slaan. Is wat stiekemer. Als ik tijdens het rijden in de achteruitspiegel kijk, zie ik hem zijn broer uitlokken. Ze zitten vaak al niet meer samen achterin. Eéntje is preventief naar de bijrijdersstoel verplaatst.

Ik weet dat het erbij hoort. Het ontdekken van hun eigen persoonlijkheid, de grenzen, de verhoudingen. Buiten de deur zijn het engeltjes, maar thuis wordt alles botgevierd. Ik ken het van vroeger, ook ik heb een broertje. Dat ging vaak mis. Pas toen ik uit huis ging, konden we perfect met elkaar. Je moet blijkbaar gewoon niet bij elkaar op de lip zitten. Of slaan.

De zombie-cyclus

Ze spelen weer het Zombiespelletje op de bank. De Oudste probeert de Jongste te bijten, en de Jongste verweert zich met de kussens van de bank (die sowieso 10x per dag op de grond liggen). Ik zeg alvast: “Doe nou niet, dit gaat verkeerd aflopen”. Deze fase gaat 2 minuten in harmonie.

Fase 2 Daarna wordt er te hard gebeten door de zombie. Of te hard verweerd door het slachtoffer. De reactie daarop is óók te hard, en het eindigt in tranen. Ik noem deze fase: het drama.

Fase 3 De derde fase begint met het onderdrukken van de zin: “Ik zei het toch”. Daarna komt de waarheidsvinding. Wie begon, wie deed wat, hoe had het anders gekund. Ik noem deze fase: De rechtszaak.

Fase 4 De uitspraak kent alleen maar verliezers. Het slachtoffer huilt, de dader is naar zijn kamer, de rechter is moe. Fysieke afstand, al is het maar 5 minuten, bedaart de gemoederen. Ik noem deze fase: Het oog van de orkaan.

Fase 5 Een halfuur later: zullen we het Zombiespelletje doen?

De Dementor

Zo zijn er nog wel een paar cycli. Ik ga ze niet noemen. Het beheerst al te veel van de week. Ik zal me beperken tot mijn eigen rol:

Als ik een euro krijg voor iedere keer deze zin, dan had ik Café Meijers in Arnhem allang overgenomen. En een au pair.

En ja, natuurlijk zijn er ook genoeg leuke momenten. En ze spelen ten minste samen. Maar de balans is even zoek. Zo’n woordenwisseling zuigt de energie harder weg dan spelletjes Beverbende de boel weer opladen.

Wij maken geen indruk meer

Naar ons wordt niet meer geluisterd. Verbale correcties worden genegeerd of uitgelachen.

Ik denk steeds vaker terug aan die docente Frans, die onze klas niet meer in de hand had. We waren ook niet de makkelijkste klas, onder aanvoering van Jeroen, een 2 meter 15 lange spriet met ADHD en een bril.

Tijdens weer een vreselijke les zette ze Jeroen apart, naast het verrijdbare schoolbord. Ze probeerde de les te vervolgen, terwijl Jeroen met zijn lange armen onzichtbare dingen aanwees op het bord.

Ze ontplofte. Dat kleine vrouwtje, met die hoge stem. Ze ging compleet uit haar dak. Het werkte alleen maar op de lachspieren. Jeroen stond inmiddels achter het bord, vrolijk te dansen, zijn hoofd er ver boven uitgestoken.

Ook wij maken geen indruk meer. Dreigen met straf heeft steeds minder zin. Tellen tot drie komt steeds vaker bij drie. Ik vond het tijd voor de ultieme test. We moesten ze raken waar het het meest zeer deed. Schermtijd.

De nablijfmachine