Op mijn verjaardag zat er een boek met een kaartje in de brievenbus. Ik herkende het handschrift meteen, het is het enige handschrift dat ik überhaupt herken: Rob, de vader van een goede vriend. Al heel lang is hij dat, één van mijn muzikale opvoeders, en vermoedelijk de oorzaak waarom Jan Beuving jaren later langskomt in mijn Discover Weekly.
Een cadeau van Rob is absoluut geen gewoonte, dus ik bedankte hem verrast.
Hij reageerde: “Leuk boek vind ik. Humor en voetbal. Ik dacht aan jou.
Ik: Ja humor en voetbal, dan kom je al gauw bij mij.
Rob: Ja, ik heb jou als kind zien spelen
Het boek moet het niet hebben van de titel, niet van de kaft, en zeker niet van het aantal recensies op bol.com. Dan maar van mij. En Rob.

Dit boek is een ode aan het amateurvoetbal. En het is geweldig. Met korte verhalen over voetbalclub FZO uit Zeist, de club van auteur Jan Beuving. Verhalen over samen douchen, gastspelers met een strafblad en de sfeer in de kleedkamer. Het eerste hoofdstuk heet De Bal, en gaat volledig over de zelfgedraaide gehaktballen van Ome Bas in de kantine.
“Op zaterdagen kun je op de snelweg de andere auto's waarin voetballers zitten zo herkennen. Iets te veel mensen in één auto, of één volwassene met een aantal kinderen, soms een ballentas op schoot. Al ken je ze niet, je hoort bij elkaar.”
Conclusie: Het is bij elke amateurclub hetzelfde. Overal stinken de hesjes. Overal heb je die vrijwilligers wiens leven compleet om de club lijkt te draaien. Overal heb je die keeper die niet meer actief is, maar voor de zekerheid nog steeds aangevinkt staat als ‘spelend lid’.
Op de achterkant van het boek staat deze aanprijzing van Frank Heinen: