Eén van mijn vroegste herinneringen is het maken van een radioshow. Ik zal 9 jaar zijn geweest, bovenin het rode metalen stapelbed. Samen met mijn zus op een oude cassette-bandrecorder Pittige Tijden naspelen. Tussendoor een lied opnemen van de radio, en daarna de Moppentrommel met eigen lachband.
Ik weet dat, want ik heb de cassettebandjes nog. Ik zou ze eens moeten digitaliseren.
Maar meestal schrik ik hoe weinig concrete herinneringen ik nog heb. Ik kan moeilijk specifieke momenten voor de geest halen. Een paar dingen kan ik oproepen: Spelen met Domino Express. De zolder van Nick van den Berg. Ik had altijd knuffels van parachutestof: Floepie, Pippeloentje en Moffel.
Wat weet jij eigenlijk nog van je vader?
Ik kreeg de vraag, maar had geen goed antwoord. “Steeds minder?” Hij overleed 21 jaar terug, ik ken hem langer niet dan wel.
De echte herinneringen zijn op één hand te tellen. Hij kreeg een zweepslag op de tennisbaan. Dat zijn politiesokken waren gejat uit de kleedkamer van De Koppel. Een potje kaarten in het ziekenhuis. En dat zijn begrafenis erg druk werd bezocht, dat ik heel erg probeerde niet te huilen. Voor de rest is dat ook een zwart gat.
Verder hebben de herinneringen zich vervaagd naar een … gevoel. Nog zo’n lekker abstract begrip.
Gelukkig zijn er nog de verhalen. Elk jaar is er wel iemand in het dorp die me op de schouder tikt, en vraagt: “Hoe lang is het nou geleden? Wat een prachtige man. We hebben toen een keer, jaren geleden”, en dan begint de anekdote.
Nu zijn ze er nog, de verhalen. En dus de herinneringen. En dus de man zelf. Nu nog wel. Verder verdwijnen de details. Gelukkig heb ik wat teksten die hij ooit schreef, en videobanden met optredens. Jan Smink heeft ze op YouTube gezet.
Foto’s
Ik zat in de foto-albums van vroeger. Al bladerend zag ik mijn jeugd. De mensen, de kamers, het speelgoed. Ik zag mezelf, met een doos Domino Express. Ach, en daar heb je Moffel.
En toen besefte ik: De meeste herinneringen die ik heb, zijn foto’s. Bijna alles wat ik me concreet herinner lag daar, afgedrukt op fotopapier.
De grote vraag die bleef hangen: Herinner ik me iets écht, of herinner ik me de foto?
En: wat is er weg? Wat gebeurde er tussen de foto’s?
