Koffie Ik was nooit zo’n koffiedrinker, totdat ik bij mijn vriendin bleef slapen. Lange ochtenden in bed. De slaapkamer lag naast de keuken, dus het was wakker worden, snel de Moccamaster vullen met Douwe Egberts Aroma Rood, terugrennen, en zodra je de koffie rook weer op en neer. Dáár in bed, aan de Sonsbeeksingel in Arnhem, leerde ik koffie drinken, koffie waarderen, tegelijk met het herontdekken van verliefdheid, vrijheid en een goed matras.
Nu, 10 jaar later, en nog steeds is het iedere ochtend dezelfde Moccamaster met Aroma Rood. Maar de laatste tijd smaakte de koffie me niet meer. Tijd voor iets nieuws.
Ik ben een simpele jongen, ik hoef echt niet aan de espresso’s of dure machines. Op het werk red ik me prima met de standaardautomaat, in plaats van de luxe koffiebar boven. Dus ik googelde naar de beste supermarktkoffie, onder 10 euro. De uitkomst was duidelijk: AH Perla Biologisch No5. Een testkopje bevestigde mijn keuze: hier kon ik wel weer even mee vooruit.
Echter… ik had in de voorraadkast nog 3 pakken DE Aroma Rood staan. Met houdbaarheidsdatum tot augustus. En op dat soort momenten heb ik er last van. Een dubbel gevoel. Een interne strijd. Ga ik mijzelf nog door drie pakken mwa-koffie worstelen, omdat het nou eenmaal op moet?
Het antwoord: ja.
Dit is een verhaal over zuinigheid.
Zuinig zijn Ik ben er niet trots op, het is geen gezellige eigenschap, maar ontegenzeggelijk aanwezig. Het heeft geen extreme vorm, ik hang geen theezakjes aan de waslijn, en het is ook echt geen probleem, volgens mij ben ik vooral zuinig voor mezelf, niet voor anderen.
Maar soms voel ik die interne strijd.
Het komt door mijn moeder. Die heeft hetzelfde. Ze komt uit een nest waar goed op de kosten gelet werd, maar arm waren ze niet. Het zit gewoon in de genen, zegt ze, want haar zus heeft het ook. Afgelopen winter gingen ze samen een weekendje naar een Duitse kerstmarkt, en ze hadden afgesproken om een keer niet op de kosten te letten. Bij de eerste kraam ging het al mis. Ze vonden er heerlijke sokken, maar die waren vast goedkoper bij de Zeeman.
De genen zijn doorgegeven.
Ook wij thuis hadden vroeger niets tekort, maar we hadden ook niets teveel. Zomaar iets kopen, dat kan ik me niet herinneren. Boodschappen kwamen van de Basismarkt. Vakanties waren in Nederland of België. Kleren konden nog wel een rondje extra mee. En als het gevraagde kapsel niet te ingewikkeld was, probeerde mijn moeder het zelf wel te knippen met de keukenschaar.
Ze sloeg ook soms door, dan kwam ze thuis met spullen die we nooit zouden gebruikten, maar ja, “het was wel een goede aanbieding”.
En wat ik ook van haar heb: weinig waarde hechten aan spullen.
Spullen Mijn vriendin vroeg me: aan welke spullen hecht jij veel waarde? Ik had geen goed antwoord. Ik wist het niet. Maar waar ik wel aan dacht:
Bij kleren koop je sneller iets wat je anders zou laten hangen. Dat ene bloesje waarover je twijfelt, ga ik het ooit dragen, want: apart. Waar je eerst drie draagbeurten en een compliment voor nodig hebt, voordat je genoeg zelfvertrouwen hebt om ‘m te dragen. Die durf ik nu wél te kopen.
Zuinig doen En wat het ook is: ik houd niet van zuinig dóén met spullen. Ik kan het ook niet, zouden mijn vrienden zeggen. Die beweren nog steeds dat mijn eerste lange relatie is gestrand op de avond dat ik 3x de rode wijn liet vallen.
Bovendien: als iets minder kost, is het minder erg als het verdwijnt. Hecht je maar niet te veel aan iets, want het kan ook weer verdwijnen.
**Dat brengt vrijheid met zich mee. Het is toch heerlijk om je fiets zorgeloos overal te kunnen parkeren. Dat de kinderen met hun auto’s over de kast kunnen rijden. En dat die vlek in het kleed niet het einde is van de wereld.
Als je huis in de fik staat, wat neem je dan mee? Dingen met waarde. Onvervangbare dingen. Toch zit er voor mij waarde in die vervangbaarheid. Door mijn genen en opvoeding lijkt te gelden: iets wordt meer waard als het minder waard is.
Maar soms werkt het me tegen. Liggen op een krom matras. Ploeteren op die ouderwetse fiets.
De uitzondering: horeca Toch kan ik prima geld uitgeven. Aan wijn, speciaal bier, lekker uit eten, een nacho-schotel XL met pulled chicken, borrelen met grote borrelplanken. Mijn geld gaat naar restaurants, alcohol, theater, recreatie.
Ik ben me bewust van het kromme. Zonder moeite 80 euro neerleggen voor een avondje Huis ter West. Maar ondertussen thuis elke plank zagen met een verroeste zaag die ik nog vond in de inboedel van de vorige eigenaar.
Sámen keuzes maken Op dit vlak heb ik geluk met mijn partner. Ze denkt over veel hetzelfde, al vallen de tegenstellingen haar meer op dan de overeenkomsten. Van haar moeten dingen ook góéd zijn. Of er mooi uitzien. Maar wel tegen de juiste prijs. Dat is constant zoeken naar de balans.
We hebben net een grote grote verbouwing achter de rug. Met bedragen waar je nog 30 jaar voor aflost. Die bedragen stapelden op een gegeven moment zo op, dat alle relativiteit verdween.
Als je me een rekening stuurde, betaalde ik ‘m. De opgenomen marges in de hypotheek verdwenen als sneeuw voor de zon. Dat dure keukenblad? Kan er nog wel bij. Vintage tv-meubel? Op de grote hoop.
Ik liet los. Dit moest een keer gebeuren, die verbouwing, ja dan maar een keer goed. Ik had een grote Excel-tabel die enigszins de grenzen bewaakte. Maar pas toen de financiële aswolken waren opgetrokken, schrokken we toch van het restant op de spaarrekening.
We zijn weer aan het normaliseren. Maar: ze weet mij wel langzaam te transformeren. Niet alleen richting dure biologische eieren, maar ook om te genieten van een sfeervolle kamer. Ik kom los van mijn juk.
En eigenlijk, ach, wat geeft het ook allemaal.
Wat is iets waard Uiteindelijk gaat het er niet om hoeveel iets kost, maar om wat het brengt. De rust van een kop koffie in bed. Het fijne gevoel als je je gezellige kamer binnenloopt. Dat zorgeloze als je je fiets overal kunt parkeren. Het gezelschap en de grenzeloosheid rondom die wijntjes en biertjes. De smaak van de perfecte verhouding nacho’s en saus en pulled chicken. Onbetaalbaar.